Doof en horend in één klas op De Bolster

Excellente school OBS De Bolster1

Op deze excellente school zitten doof en horend samen in één klas

Dove kinderen in de klas, gewoon tussen kinderen die wel kunnen horen, dat kan best. Basisschool De Bolster kreeg voor haar aanpak het officiële predicaat ‘excellent’.

Artikel door Trouw

Max gaat lachend door het leven. In de klas, op het schoolplein, na de lessen met vriendjes en vriendinnetjes: de twaalfjarige jongen geniet van het leven. Wanneer zijn klasgenootje Zoë haar hoofd schuin houdt en dat op twee platte handen laat rusten – in de hoop zo in gebarentaal het woord ‘slapen’ uit te beelden – heeft hij de grootste pret. Zoë zelf trouwens ook. Ze zitten nu voor het zesde jaar samen in één klas. Dat is bijzonder. Want Max is doof en Zoë niet.

In groep 8 hebben acht dove kinderen les, op de hele Bolster 22. Ze zitten met horende kinderen samen in de klas en volgen dus regulier onderwijs. Vanwege deze ‘baanbrekende aanpak’, zoals het juryrapport het omschrijft, mag de school zich ook de komende drie jaar officieel een Excellente School noemen. De Bolster werkt intensief samen met Kentalis Talent, een school voor dove en slechthorende kinderen in het nabije Vught.

Max is een van de kinderen die bij Kentalis is komen ‘bovendrijven’. Hij is communicatief vaardig genoeg om regulier onderwijs te kunnen volgen. Dankzij een cochleair implantaat is hij in staat om redelijk te horen, bovendien is er in de klas doorlopend een gebarentolk aanwezig. “Hier kan ik beter communiceren dan bij Kentalis, waar alles in gebaren gaat. Ik wil zelf kunnen praten, daar leer ik van. Mijn vrienden houden rekening met me. Sommigen hebben zelf gebarentaal aangeleerd. In sommige situaties begrijp ik hen dan beter.”

Zoë kan zich goed in haar klasgenoot inleven. Met speciale apparatuur ervaren de horende kinderen van de Bolster elk jaar tijdens een zogenoemd belevingscircuit hoe het is om doof te zijn. “Het geluid dat Max hoort, klinkt robotachtig. Als ik met hem praat in een drukke omgeving, kan hij liplezen. Tenminste, als ik niet te snel praat. Dat doe ik nogal eens.” Max, lachend: “Zoë kan echt héél snel praten. Maar tegenwoordig doet ze het ook vaak rustig.”

Volgend jaar gaat Max naar het voortgezet onderwijs, het Udens College. Dat wordt spannend, omdat hij daar minder begeleiding krijgt. “Maar ik weet zeker dat het goed zal komen.”

Ervaringen van voormalige leerlingen kunnen hem daarbij sterken. De eerste drie dove leerlingen van de Bolster zitten inmiddels al op het voortgezet onderwijs en volgens directeur Maaike Lauwerijssen gaat het hen goed. Dat verrast haar niet.

Ook ouders van horende kinderen blijken de aanpak van de Bolster als een verrijking te zien. Lauwerijssen: “De aanwezigheid van een gebarentolk leidt niet af, na drie weken weten de kinderen niet beter. En de onderlinge interactie gaat heel natuurlijk. Iedereen houdt hier rekening met elkaar. Dat geeft een fijne sfeer. Veel mensen kiezen daarom bewust voor ons.”